Voorbeelden van het gebruik van Trots zijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je maatjes zullen trots zijn.
Je bent getalenteerd en je moeder zal trots zijn.
Trots zijn wij dat Oolaboo inmiddels is uitgegroeid tot een lifestyle brand.
Tyler zal trots zijn.
Maar we mogen trots zijn.
Portfolio Portfolio Trots zijn wij op onze gerealiseerde projecten.
Hij zal nu wel trots zijn.
Je moeder moet wel trots zijn.
Jij en je familie mogen trots zijn.
Trots zijn wij op ons certificaat van goedkeuring.
Niet trots zijn… heb ik van mijn moeder geleerd.
Werner Hertzcock zou trots zijn.
Jullie moeten wel trots zijn.
Trots zijn wij op onze huidige partners.
Geen schaamte in trots zijn, weet je.
zou het trots zijn.
U kunt trots zijn.
Trots zijn we op onze kazen.
Zelfs het berouw kan trots zijn.
Uw zoon zou trots zijn.