Voorbeelden van het gebruik van Uitrusten in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Een leger uitrusten, saai werk.
Hij zit boven, aan het uitrusten voor zijn grote dag.
Het eerste veldleger zal uitrusten.
Kan met een waterdichte universele contactdoos uitrusten.
Maar we vinden allebei dat je even moet uitrusten.
Het uitrusten van het formulier met hulplijnen zal de combinatie vergemakkelijken.
Nee, aan het uitrusten.
Jouw arm moet uitrusten. Nee.
Gt; Zie de lijst van de kettingen die wij uitrusten.
Ik denk dat ik ga uitrusten.
Uitrusten van politie-auto's met nieuwe antennes en portofoons.
Ze is aan het uitrusten.
Jouw arm moet uitrusten. Nee.
Zelfs een Zwitserse kaasfondue voor 5 personen konden uitrusten.
Je moet stoppen en wat uitrusten.
Modeketen Esprit is zijn webshops aan het uitrusten met virtuele aankleedpoppen.
Hij is gewond en aan het uitrusten.
Ik zal mijn andere gootstenen ook uitrusten.
Maar hij kon 's morgens niet uitrusten.
Skills- Beheers nieuwe mogelijkheden door het uitrusten van merchandise….