Voorbeelden van het gebruik van Moet uitrusten in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Megan, je moet uitrusten.
Iedereen moet uitrusten.
Je moet uitrusten… zodat je morgen weg kunt.
U moet uitrusten, meneer. Kom.
Wat mij betreft. Je moet uitrusten.
Maar je moet uitrusten.
Mike moet uitrusten, zodat hij 's ochtends naar school kan.
Jij moet uitrusten.
Aragorn, je moet uitrusten.
Wat mij betreft. Je moet uitrusten.
Wacht even. Ik moet uitrusten.
Ze moet uitrusten bij een vuur.
U moet uitrusten, meneer.
Maar we vinden allebei dat je even moet uitrusten.
Ze moet uitrusten.
Je moet uitrusten en je laten verzorgen.
En je moet uitrusten.
Ze moet uitrusten.
Je moet uitrusten.
Je moeder moet uitrusten.