Voorbeelden van het gebruik van Vast wel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Vast wel! Je ouders moeten wel trots op je zijn.
Ze heeft vast wel ergens een zwakke plek.
Er is vast wel iets wat jij wilt hebben.
O, vast wel.- Nee.
Vast wel. Bij deze zul je niet kunnen acteren.
Je wilt vast wel praten.
Hij komt vast wel terug.
Hij komt wel weer terug, vast wel… dat deed hij altijd.
Hoewel, u bent vast wel overal en op alle plaatsen.
Er is vast wel iets moois op.
Hij heeft vast wel iets tegen u gezegd.
O, vast wel.- Nee.
Vast wel. Ze hebben van die dikke neuzen!
Wetend dat 't vast wel tot later kan wachten.
Je bent zo dichtbij. Vast wel.
Vast wel… wat is het?
Je hebt vast wel van Apfelstrudel gehoord
Vast wel, maar ik weet het niet.
Hij is vast wel aardig, als mama hem aardig vindt.
Ze zullen vast wel in orde zijn, Natalie.