Voorbeelden van het gebruik van Waarheid in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Soms is het waard om te liegen voor de waarheid.
En naar de waarheid.
Folter hem totdat hij de waarheid spreekt.
Soms is het waard om te liegen voor de waarheid.
Oh, oh, de waarheid van alles.
Het maakt niet uit wat de waarheid is.
Dus twee leugens en één waarheid.
Hij was onze waarheid.
Zelfde verhaal, verschillende versies en ze zijn allen waarheid.
Trouwe dienst betekent de harde waarheid zeggen.
Jane en Rafael ontdekten de waarheid.
Dat is wat hij weet dat de waarheid is.
Nou, dan leren ze de harde waarheid van de realiteit.
Jij en ik kennen de waarheid, Veronica.
Wel, ik hoop, dat dat de waarheid is, liefje.
Wie kiezen onze waarheid eruit.
Nee.-De waarheid, Lloyd.
Dus wat hun ons verteld hebben werd waarheid.
Tijd voor de bittere waarheid.
Het van mij horen zou het waarheid maken.