Voorbeelden van het gebruik van Waarheid in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Wij leven niet in waarheid, we leven in meningen.
Een waarheid die alleen gevoelige oren binnenglippen noemen zij leugen en niets.
Zeg de waarheid. Dat verdien ik.
Oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uw poorten.
Vertel de waarheid. Lieg niet tegen me.
De waarheid over de Holocaust moet altijd worden bestudeerd.
Waarheid in plaats van leugen;
Maar de waarheid is… ik ben ver van perfect.
En waar is meer waarheid, dan in hetgeen God zegt?
Als jij de waarheid in pacht hebt.
En de waarheid, ik was gewoon nerveus over hoe je zou reageren.
Wat is de waarheid over jou en hem?
Waarheid. Waarschijnlijk.
De waarheid is dat er enkele saaie trainingsmethoden zijn.
De waarheid is, het zijn andermans gedachte.
Gebeurtenis, voor zover de waarheid van zijn brief werd afhanke-.
Uw geloof dat Hij waarheid is, is een vorm van geloof.
De waarheid van deze stellingen evident is;
De waarheid is, ik ben geneigd het erbij te laten.
Elke waarheid doorloopt drie stadia: