Voorbeelden van het gebruik van Wankel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Stond ze wankel op haar voeten?
Ja, benen willen nog niet… beetje wankel.
Meen je dat? Ik voel me 'n beetje wankel.
Maar hij is… wankel.
Nog steeds wankel.
Zijn mentale toestand schijnt erg wankel te zijn.
Wankel? Excuseer, M.
Een globale impressie van het schilderij"Wankel evenwicht" 80x80cm.
De afwachting geeft ons een wankel evenwicht.
Een beetje wankel.
Mijn evenwicht is wankel.
Mijnheer de Voorzitter, de vrede in Noord-Ierland is nog wankel.
Mijn dieptewaarneming is nog steeds een beetje wankel.
Ja, die toren is wankel.
Ik stop altijd een tas onder m'n jas en wankel een beetje.
Wankel nooit.
Wankel? Excuseer,?
De wielen zijn een beetje wankel.
Dat is nogal wankel, Rafe.
Hij is gegroeid zichzelf wat wankel snor.