Voorbeelden van het gebruik van Wankel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En nu al een wankel oud mannetje.
En je kan niet de overhand krijgen. Het is compleet wankel… Waarom?
Dan wankel ik terug, in een amoureuze bui.
Ik voel me een beetje wankel van de reis.
Ze zijn heel wankel.
Jij lijkt een beetje wankel.
Ik ben nog wel wat wankel.
Een beetje wankel, maar ik ben oké.
Max's wankel bestaan was weer eens verward geworden.
Ik wankel door het leven als een dronken edelman in een.
An8}Als ik loop, wankel ik.
Wankel koesterde sympathie voor de linkse vleugel van de NSDAP rond Gregor Strasser.
Wankel overleed in oktober 1988 na een lange, zware ziekte.
Wankel nu niet.
Niet zo wankel als de jouwe.
Niet zo wankel als de uwe.
Onze start was wankel, maar dat ligt achter ons.
Zie je hoe wankel het glazuur is?
Dit is een wankel evenwicht.
Mijn relatie met Lola is de laatste jaren een beetje wankel.