Voorbeelden van het gebruik van Weekend samen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
ik ben zo in het weekend samen met plezier.
Waarom? We hebben toch een weekend samen?
Waarom dacht ik dat we 'n weekend samen uit konden?
we hebben nog nooit een weekend samen doorgebracht.
We gaan een weekend samen zijn, duiken, één met de natuur.
We gaan een weekend samen zijn, duiken, één met de natuur.
Ik verbleef in dit kleine bolo cake afgelopen weekend samen met 3 vrienden van mij.
We besloten om een?? weekend samen door te brengen met onze vrienden in deze structuur,
de mogelijkheid om een weekend samen te komen om beter te leren zingen- niet alleen de stemmen stemmen,
Ja, een weekendje samen.
Ja, een weekendje samen.
We kunnen de weekenden samen doorbrengen.
Maar daarna, hebben we twee weekends samen.
Ik stel voor ons weekendje samen te beginnen met gebraden kip.
Het verhaal van de film gaat over vier vriendinnen die een weekendje samen doorbrengen in het statige landhuis.
Steph en ik hebben afgesproken de eerste weekenden samen te doen. Ja, kan.
Steph en ik hebben afgesproken de eerste weekenden samen te doen. Ja, kan.
Ja. Door de weekenden samen te zijn… en 'n tweede hypotheek,
Een hele weekend samen.
Het eerste weekend samen.