Voorbeelden van het gebruik van Wees naar in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ela wees naar een deel van de boom waar geen papvlekken te zien waren.
Ik wees naar mijn buik.
Ik wees naar de pin dat je draagt.
Ela wees naar een deel van de boom waar geen papvlekken te zien waren.
Maar zij wees naar hem.
Gabriel zei: Daarheen en wees naar de stam van de Quraiza.
De oude man wees naar een plek pal voor de schouw.
Hij wees naar mijn richels en plaagde me
Hij wees naar de hemel en zei.
De geest wees naar hem, en nu is hij dood.
Je wees naar de broodrooster!
Hij wees naar een lege plek,
Ik wees naar Maze.
En ik wees naar de baby die hem vasthield.
Die fles wees naar mij.
Ze wees naar een brievenbus.
Ze wees naar hem.
Hij wees naar hem!
Zij wees naar hem en zei.
Ze wees naar een gebouw en zei: 'Chinees chinees chinees Robert Wagner.