Voorbeelden van het gebruik van Wilde bellen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik wilde bellen.
Hij wilde bellen voor een back-up en je zei hem dat niet te doen.
Ik wilde bellen, maar.
Ik wilde bellen, maar ik had 't erg druk.
Je wilde bellen over de begrafenis van Farad.
Jij bent die held die de politie wilde bellen.
Ik wilde bellen, maar ik.
Iemand vertelde hen dat mr Talbot iemand wilde bellen.
Jij bent de held die de politie wilde bellen.
Ik dacht dat je de inlichtingen wilde bellen.
Ik maakte me zorgen. Ik wilde bellen.
Maar je zei dat je hem wilde bellen.
Ik bedoel, ik wilde bellen.
Ik zei tegen de rechter dat ik m'n advocaat wilde bellen.
Hij zei dat hij Lucy wilde bellen.
En er was niemand die je wilde bellen.
Er is maar één persoon die Lena wilde bellen.
Soms wens ik dat ik een vader had die ik wilde bellen.
Soms wens ik dat ik een vader had die ik wilde bellen.
Dat was het tweede moment dat ik mijn moeder wilde bellen.