Voorbeelden van het gebruik van Zeg dat nooit in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik zeg dat nooit, en ik hou niet van mensen die dat wel doen.
Zeg dat nooit meer. Geld terug.
Zeg dat nooit tegen 'n optometrist.
Dus zeg dat nooit meer.
Zeg dat nooit over jezelf.
Zeg dat nooit meer.
Zeg dat nooit meer.
En zeg dat nooit.
Zeg dat nooit meer of.
Zeg dat nooit waar kapitein Sakaki bij is.
Mona, zeg dat nooit.
Zeg dat nooit weer, anders sterf ik letterlijk.
Zeg dat nooit meer.
Zeg dat nooit tegen een Welshman.
Zeg dat nooit.
Sorry.- Zeg dat nooit.
Zeg dat nooit meer tegen mij!
Ik haat dat.- Zeg dat nooit meer.
Zeg dat nooit weer.
Zeg dat nooit meer.
