Voorbeelden van het gebruik van Zeg dat nooit in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Zeg dat nooit meer.
Zeg dat nooit meer tegen mij.
Zeg dat nooit meer.
Zeg dat nooit.
Zeg dat nooit tegen de vrouw van wie je houdt.
Zeg dat nooit meer.
Zeg dat nooit meer tegen mij.
Zeg dat nooit meer!
Zeg dat nooit tegen Pablo.
Zeg dat nooit meer, Glenn.
Zeg dat nooit meer tegen me.
Zeg dat nooit meer!
Zeg dat nooit.
Woef.- Zeg dat nooit meer.
Ook als je Christelijk bent of tegen transgenders, zeg dat nooit tegen mensen, vooral niet tegen je eigen kind.
Zeg dat nooit. Stel je voor dat je vijf jaar bent
Ook als je Christelijk bent of tegen transgenders, zeg dat nooit tegen mensen, vooral niet tegen je eigen kind.
Gelieve niet zeggen dat nooit naar iemand met hypothyreoïdie.
Yeah, Leo zegt dat nooit te drinken.
Rory zegt dat nooit tegen me.
