Voorbeelden van het gebruik van Zeg steeds in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik zeg steeds dat het Derek is.
Ik zeg steeds dat het een slechte baan is.
Ik zeg steeds dat hij het op zijn naam moet publiceren.
Ik zeg steeds tegen mezelf dat het niet opnieuw gebeurt.
Ik zeg steeds dat je naar die YouTube-film moet kijken.
Ik zeg steeds dat ze zelf een boek moet schrijven.
Ik zeg steeds nee omdat hij walgelijk is.
Ik zeg steeds dat ik niet jaloers ben,
Ik zeg steeds woorden waarvan ik de betekenis niet ken.
Ik zeg steeds dat ik alleen wil zijn!
We herhalen onszelf en ik zeg steeds dat ik niet anders kan.
En ik zeg steeds dat goed eten goed is voor herstel.
Ik zeg steeds dat ik dat niet doe.
Ik zeg steeds: nadat we getrouwd zijn.
Ik zeg steeds dat ik het ga doen.
Ik zeg steeds hetzelfde.
Ik zeg steeds tegen Don dat je te goed bent om waar te zijn.
Weet je… Ik zeg steeds tegen mensen, dat ik me wel goed voel.
Ik zeg steeds dat ik 'n dief ben,
Ik zeg steeds tegen mensen, dat ik oké ben. Weet je… Nou.