Voorbeelden van het gebruik van Aankunnen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ze denken dat ze ons aankunnen.
Hier vind ik enkele trucs die dit probleem aankunnen.
Ik denk dat we het aankunnen, Dillinger.
Ik zou dit moeten aankunnen.
Met welke instellingen zullen wij deze diversiteit aankunnen?
Dit kan meer zijn dan jullie aankunnen.
Dat zou ik niet aankunnen.
Nu moeten jullie ze aankunnen.
Denk je dat jullie me aankunnen?
David Pilcher denkt dat we dit niet aankunnen.
weten ze dat ze me aankunnen.
Hier heb ik enkele methoden die het aankunnen in Excel-werkbladen.
Ik heb twee methoden die het aankunnen.
Kinderen zullen alles aankunnen, alleen moeten ze zachtjes helpen
wereldwijde bedreigingen oplossend die alleen wij aankunnen.
Zet het ook hen en zien of ze de druk aankunnen en in geen limiet we zeggen 9x uit 10 ze cant.
om te tonen dat we door samenwerking uitdagingen aankunnen.
dan zal de immuniteit elke ziekte aankunnen.
Als sensoren de taken van de toekomst moeten aankunnen, zullen ze meer moeten doen
dan moeten wij ook weten of de boeren dat aankunnen.