Voorbeelden van het gebruik van Aankunnen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik zal alles doen wat het lichaam en de geest aankunnen.
Hij zou het toch niet aankunnen.
Maar de speer heeft meer kracht dan wij aankunnen.
David Pilcher denkt dat we dit niet aankunnen.
De snelheid aankunnen Bepaald door de kenmerken van het voertuig.
Als wij dit niet aankunnen, is er geen andere lijn van defensie.
De 17-eeuwse filosofe wiens wetenschappelijke ideeën de klimaatverandering vandaag aankunnen.
je zou het echte leven aankunnen.
Wat zal er gebeuren met diegenen die de verandering niet aankunnen?
Ik heb 'n hoop kinderen die nauwelijks hele getallen aankunnen.
Jij denkt dat vrouwen deze baan niet aankunnen.
Niets aan te doen, een massale terugkeer zou de Aarde niet aankunnen.
Soms worden mensen rancuneus… omdat ze de werkelijkheid niet aankunnen.
Als ik wist dat alles goed zou komen, zou ik de slechte dingen aankunnen.
Ik denk niet dat jullie 't aankunnen.
Ben je er zeker van dat ze dit aankunnen?
U, als zijn culturele afstammeling, moet toch wel Pad Thai en knoedels aankunnen.
Meer werk dan drie mensen aankunnen?
Dus jij denkt dat wij vrouwen het niet aankunnen?
Een sprookje voor mensen die de dood niet aankunnen.