Voorbeelden van het gebruik van Afkoelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Je moet die vrouw even laten afkoelen.
Ik moet afkoelen voor ik weer in de gevangenis beland.
Ik denk dat je moet afkoelen, voor je in de buurt komt van een publiek.
Wil je afkoelen? Laten we dat doen?
Zo kunnen honden niet afkoelen door te zweten via de huid.
Laat de oplader afkoelen en probeer de batterij opnieuw op te laden BESCHRIJVING.
Van het vuur halen, afkoelen, van de vanille gieten, mengen.
Het moet afkoelen.- Wacht.
Afkoelen, Het zet zo klaar om te eten.
Afkoelen in het zwembad of de rivier.
Door hun lichamen te laten afkoelen hebben ze de harde tijden vermeden.
Het enige wat ik wil is afkoelen.
Dit laat je wel een beetje afkoelen.
Jij moet afkoelen.
Jij moet afkoelen.
Het zal je afkoelen.
Ik moet afkoelen.
je eventjes moet afkoelen.
George gaat daarheen als hij moet afkoelen.
we laten het afkoelen.