Voorbeelden van het gebruik van Afschrikken in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik wou hem afschrikken.
we de markt niet afschrikken.
ik hem niet wou afschrikken.
Ik wil je niet afschrikken.
Ik wilde hem niet afschrikken.
Misschien willen ze ons afschrikken.
Ik wil haar niet afschrikken.
Twee jongens zullen me niet afschrikken.
Laat de media je niet afschrikken.
De Parijse werden niet afschrikken door de boodschap van de hertog.
Ga hiervoor naar de website en afschrikken.
Het zou de anderen meer afschrikken.
Geliefde vrienden, laat u niet ontmoedigen of afschrikken.
Het kan u en uw partner afschrikken.
Omdat ze me afschrikken.
Je wilt me afschrikken omdat je bang bent voor concurrentie.
Laat u niet afschrikken door de complexiteit van derivaten.
Laat je niet afschrikken door het menu.
En laat haar je niet afschrikken.
Je moet hem niet afschrikken.