Voorbeelden van het gebruik van Bijbel in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Is geweld niet tegen de Bijbel?
Edith vertelde me dat er ook een Gutenberg Bijbel is.
Een verdeeld huis, zo zegt de bijbel, zal niet bestaan.
Ik heb wel geen bijbel.
Ik geloof niet in de Bijbel.
Het lijkt op een vers uit een liederenboek of Bijbel.
Hij heeft op de bijbel gezworen.
Je moet de Bijbel geloven.
Het van boek van Rau is geen Bijbel.
Wat ruikt zo'n nieuwe bijbel zalig.
U heeft het over de Bijbel, Mr Hill.
Jij zult nooit geloven in God of de Bijbel.
Het is meer als een Bijbel.
Het Oude Testament van de protestantse kerken komt overeen met de Hebreeuwse Bijbel.
Hij heeft gepubliceerd over Bijbelvertalingen en onderwerpen uit de Bijbel.
Christelijke waarden komen uit de Bijbel.
De Wenceslaus-Bijbel is een verluchte Bijbel.
Zijn Bijbelvertaling is bekend geworden onder de naam Naardense Bijbel.
Leid je mensen verder in de Bijbel.
Excuses voor onze vergissing met de Latijnse bijbel.