Voorbeelden van het gebruik van De beurt in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Alex, jij bent aan de beurt!
We doen om de beurt.
Beiden spreken om de beurt.
Als het blauwe pijltje verlicht is ben jezelf aan de beurt.
A: Spelers moeten handelen in de beurt.
Daarna, ben jij aan de beurt.
Ik ben als eerste aan de beurt voor een donoroor.
Dunn, jij bent aan de beurt.
Pension is gelegen op ongeveer 200 meter aan de beurt.
jij bent aan de beurt.
Misschien zijn wij wel aan de beurt.
Je bent aan de beurt.
zijn wij aan de beurt.
Je bent zo aan de beurt.
Erica, jij bent aan de beurt.
Je bent aan de beurt.
jij bent aan de beurt.
Wie is aan de beurt?
Ik ben aan de beurt.
Jos, jij bent aan de beurt.
