Voorbeelden van het gebruik van De dokter in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Het enige meisje in het universum aan wie de Dokter alles vertelt?
Ik rijd mijn grootmoeder en haar vrienden naar de dokter en doe boodschappen.
Amy, de Dokter.
Heeft iemand de dokter gebeld, sheriff?
Heeft u de dokter gebeld?
De dokter is bij hem.
Hij wil de dokter spreken.
Hij wil dat we de dokter natrekken die het experiment uitvoert.
De dokter is een patiënte aan het knuffelen op de operatietafel.
Ik zei de dokter dat ik mijn hartpillen nam.
De dokter zegt dat ik over een week weer zal lopen!
De dokter heeft geen tijd verloren.
Weetje ze zijn de dokter van de stranden.
Ik sprak de dokter, waarom wordt ze niet beademt?
Haal de dokter hierheen, nu.
Met de dokter?
Als we de dokter hebben, is de fabriek een feit!
Yves, de dokter? Zweer me dat ze dood is.
Wat zegt de dokter?
Wat zei de dokter?