Voorbeelden van het gebruik van De dokter in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Jenna tries de dokter naar krijgen zwanger.
Chakotay, Neelix, de dokter. Iedereen merkt de veranderingen in je gedrag.
U belt de dokter?
Bel je de dokter?
Nee, hij ontvoerde de dokter lang voordat we bedachten waar hij heen ging.
Jax Tellers vriendinnetje de dokter wordt vermist.
De dokter heeft net gebeld.
Hij vertrouwt de dokter niet meer.
De dokter heeft m'n toestand uitgelegd.
De dokter zegt dat het goed gaat?
De dokter zei dat een paar maanden genoeg was.
Bent u de dokter?
De dokter mag deze informatie niet doorgeven.
Laat de aardige dokter haar werk doen.
Hoe was de dokter?
Wie kan dan de dokter de schuld geven?
De dokter vind spelletjes toch leuk?
En de dokter zegt.
De dokter gezien?
Ik sprak de dokter, waarom wordt ze niet beademt?