Voorbeelden van het gebruik van Een heer in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Vader een heer en moeder een barmeisje, dat is mijn gok.
Het is een gelukkige heer.
Er is een heer in kamer 11.
Altijd een heer.
Oh, voor een oudere heer, is hij heel lenig.
Net zoals een officier en een heer?
Ja hoor, net zoals een officier en een heer.
Het is inderdaad de jas van een heer.
Goddank, toch nog een heer in West-Texas.
Ik ben een officier en een heer.
ik beleefd was en vriendelijk. Een heer.
Ik zeg nauwelijks het gedrag van een heer.
Waarover? Kent u misschien een oudere heer genaamd Simone?
Een heer wil u spreken.
Het was een heer zoals Jelton.
Een echte heer.
Een heer wil u spreken.
U bent niet alleen een heer, maar ook nog een heilge!
Een heer vraagt dat niet,
Een heer van fortuin.