Voorbeelden van het gebruik van Fouilleren in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Toegangscontrole van het publiek en oppervlakkig fouilleren.
En niemand fouilleren.
Ik moet je fouilleren.
Ik moet je fouilleren.
We moeten u fouilleren.
Ik wil hem niet fouilleren.
We moeten u fouilleren.
Ze mag me wel fouilleren.
Je moet Nevins fouilleren.
Waarom laat je je partner me niet fouilleren?
waarom mag ik 'm dan niet fouilleren?
Wil je me fouilleren?
Bij het fouilleren vond ik deze X-Files tussen z'n kleren.
Zij fouilleren alle bezoekers en kijken de inhoud na van alle handtassen en rugzakken.
Ik hou 'm bij me voor het geval ze je fouilleren.
Als je me nu 's ging fouilleren?
Moet je me niet fouilleren?
Wil je me niet fouilleren?
Zal ik jou fouilleren?
Ondervragen en fouilleren.