Voorbeelden van het gebruik van Griet in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Met welke griet?
Hé, misschien is het die leuke jassen griet.
Toen je pap met die andere griet getrouwd was.
Laat hij alsjeblieft met die rijke griet trouwen.
Wie was de gemaskerde griet?
Weet je, je bent best een mooie vent voor een griet.
Ik ben beroofd door een griet.
Was die griet de weduwe van dr. Fishman?
Moet dit van je griet?
Vind je die blauwe griet niks?
Is dit die griet?
Welke griet ken je nou?
Jij wil echt dat deze griet in onze buurt woont?
Die griet die je naar huis hebt gebracht.
Jij en die griet van de copyshop.
Een griet die op alles ja en amen zegt!
Een griet en haar geld mogen je dit niet aandoen, man.
Nee, deze griet zou hij nooit kiezen.
Sorry van die griet, man.
Van die griet in dat restaurant, Ms.,… Aubrey.