Voorbeelden van het gebruik van Griet in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Die griet is echt een schatje, weetje wel?
Een griet met karakter maakt mannen bang.
Een griet die hij heeft leren kennen in een bar. Aan de berichten te zien….
Ook zag ik een griet in bikini op het strand.
Dit geldt ook voor tarbot, griet, tongschar en witje.
Maar ik sloeg als een griet, zei hij.
Wie was die griet die je gisteren bij je had?
Die griet van wie de man jong dood ging.
En Griet kan het atelier schoonmaken voor ze 's morgens naar beneden komt.
Dat jullie het weten, de griet die deze klus kreeg, zit daar buiten.
Die griet is gek. Waarom niet?
Rick… nadat ik de gozer of griet heb gevonden die deze kogel heeft gemaakt.
Die griet kent je niet.
Ik denk dat je die griet kende.
Rundvlees met wortel en kokos, 1 griet in koffie, 2 appelkruidkoek.
Maar die griet… heeft haar klauwen in mijn rug gezet.
Dit is Griet, het nieuwe meisje.
Die griet met wie je hebt geluncht, is die getrouwd?
Je neemt de griet, zet haar voeten op een kathedraal… Nee, wat is dat?
Goeie griet, hè?