Voorbeelden van het gebruik van Huisbaas in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
China is de huisbaas, maar dit is een stad van doordouwers.
Volgens de huisbaas woont hij alleen.
Ik ben z'n huisbaas.
Het probleem is onze gierige huisbaas.
De afzender hiervan wil de huisbaas z'n muntencollectie kopen.
Jij bent zijn huisbaas.
Waar is de huisbaas?
O ja, u was bij de huisbaas.
en ik liep met de huisbaas in de hal.
Wie loste het schot toen je met de huisbaas in de hal liep?
En Elena's huisbaas?
Dat was je huisbaas.
Alleen wat geld dat hij z'n huisbaas schuldig was.
Ben je al verder met de e-mail van de huisbaas?
Ik heb gedoe met de huisbaas.
Dus heeft de huisbaas Devery vermoord.
Als ik met de huisbaas praat.
We hadden een sleutel van de huisbaas gekregen.
Ik heb de huisbaas gesproken.
Dat werd veroorzaakt door de hamer die de huisbaas naar haar hoofd slingerde.