Voorbeelden van het gebruik van Ik was jong in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik ben jong van geest.
Ik ben jong en mooi!
Ik ben jong en gezond.
Ik ben jong en sterk.
Ik ben jong, rijk, gezond
Ik ben jong, de tijd is niets.
Ik ben jong, maar ik heb veel mannen gehad.
Ik ben jong en mijn echtgenoot is heel, heel oud.
Ik ben jong.
Want ik ben jong en snel!" zei hij.
Maar ik ben jong.
Ik ben jong. Ik ben gezond.
Maar ik ben jong, sterk, en kwaad.
Ik ben jong, ik wil leven.
Maar ik ben jong en gezond….
Ik ben jong.
Olof en ik waren jong en verliefd en we wilden reizen.
Zie, ik kan niet spreken, want ik ben jong.
Ik ben Jonge Juffrouw.
Ik ben jong en heb een goede baan,