Voorbeelden van het gebruik van Ik was jong in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik was jong.
Maar ik was jong en dwaas en was het niet met haar eens.
Maar ik was jong, hebzuchtig en stom.
Ik was jong en heb 'n domme fout gemaakt.
Ik was jong.
Ik was jong en onervaren en heb veel rookie-reisfouten gemaakt.
Ik was jong toen de Clergy me vond.
Ik was jong, een vrouw en wilde gerechtigheid?
Ik was jong, maar sommige dingen vergeet je niet.
Ik was jong en dronken.
Ik was jong en dom… als het ging om dat soort dingen.
Ik was jong, ik begreep je niet.- O, nee?
Wanneer ik was jong.
Ik was jong.
Ik was jong, ik was bang.
Ik was jong en had het geld nodig.
Ik was jong en wilde meer opwinding… maar hij was dominant,
Ik was jong, en het was voor een goed doel, waar haalde je dat?