NOEMDEN - vertaling in Frans

appelaient
bellen
noemen
roepen
heten
ont mentionné
nommèrent
benoemen
aanwijzen
naam
aanstellen
benoeming
nomineren
naamgeving
wordt
nom
naam
achternaam
benaming
appelait
bellen
noemen
roepen
heten
appellent
bellen
noemen
roepen
heten
appelle
bellen
noemen
roepen
heten
nommaient
benoemen
aanwijzen
naam
aanstellen
benoeming
nomineren
naamgeving
wordt
nomment
benoemen
aanwijzen
naam
aanstellen
benoeming
nomineren
naamgeving
wordt

Voorbeelden van het gebruik van Noemden in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Het bevestigt wat zij de" status quo" noemden.
On ne fait que confirmer ce qu'ils appellent le"statu quo.
Ze noemden zich ook wel taikomochi of hōkan.
Elle s'appelle aussi Lujiu ou Gushu.
Vanaf 1884 noemden de redacteurs zich ‘les croyants de l'Art Nouveau'.
Dès 1884, les rédacteurs se nommaient‘les croyants de l'Art Nouveau'.
In mijn tijd noemden we dat" houding". Indrukwekkend.
De mon temps… on appelait cela"se montrer à la hauteur" Je suis impressionné.
Hij beschermt wat onze voorvaderen de nexus der realiteiten noemden.
Il protège ce que nos ancêtres appellent: le lien de toutes les réalités.
Ze noemden hem' Machete.
On l'appelle Machette.
Ze noemden Atlantic City de longen van Philadelphia.
On appelait Atlantic City"les poumons de Philadelphie.
Onze school is midden in wat ze vroeger de Combat Zone noemden.
Notre école est au coeur de ce qu'ils appellent La Zone de Combat.
We noemden haar altijd Candy.
On l'appelle Candy.
Hoe noemden we Ellie toen ze dat nepkleurtje had?
Comment on appelait Ellie quand elle utilisait de l'autobronzant?
Middelbare school denk ik dat ze het noemden.
Je crois qu'ils appellent ça le collège.
Tuurlijk. Vroeger noemden we dat een courgette.
Bien sür, dans le temps on appelait ça une asperge.
Ik besloot dus naar Morganville te gaan… wat ze toen Shelbyville noemden.
J'ai décidé d'aller à Morganville, qu'on appelle Shelbyville de nos jours.
Dat is hoe ze het noemden.
C'est comme ça qu'ils appellent ça.
Zwarte maskers, laarzen… en degene die ze het Oog noemden.
Masques noirs, bottes… et celui qu'on appelait"L'Œil.
Hij wilde gewoon dat wij hem 'Captain Dah' noemden.
Il voulait qu'on l'appelle Capitaine Dah.
Het huis der Wonderen komma, zoals de inboorlingen het Lahore Museum noemden.
La maison des merveilles" virgule"comme les indigènes appellent le musée de Lahore.
Mijn oom is een sjamaan. We noemden hem El Brujo.
Mon oncle est un shaman, on l'appelle El Brujo.
Een jongen uit Tennessee die we Blue noemden.
Un garçon du Tennessee qu'on appelait Blue.
Ik wou dat ze me tijger noemden.
J'aimerais bien qu'on m'appelle"le tigre.
Uitslagen: 616, Tijd: 0.0749

Top woordenboek queries

Nederlands - Frans