Voorbeelden van het gebruik van Noemden in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Het bevestigt wat zij de" status quo" noemden.
Ze noemden zich ook wel taikomochi of hōkan.
Vanaf 1884 noemden de redacteurs zich ‘les croyants de l'Art Nouveau'.
In mijn tijd noemden we dat" houding". Indrukwekkend.
Hij beschermt wat onze voorvaderen de nexus der realiteiten noemden.
Ze noemden hem' Machete.
Ze noemden Atlantic City de longen van Philadelphia.
Onze school is midden in wat ze vroeger de Combat Zone noemden.
We noemden haar altijd Candy.
Hoe noemden we Ellie toen ze dat nepkleurtje had?
Middelbare school denk ik dat ze het noemden.
Tuurlijk. Vroeger noemden we dat een courgette.
Ik besloot dus naar Morganville te gaan… wat ze toen Shelbyville noemden.
Dat is hoe ze het noemden.
Zwarte maskers, laarzen… en degene die ze het Oog noemden.
Hij wilde gewoon dat wij hem 'Captain Dah' noemden.
Het huis der Wonderen komma, zoals de inboorlingen het Lahore Museum noemden.
Mijn oom is een sjamaan. We noemden hem El Brujo.
Een jongen uit Tennessee die we Blue noemden.
Ik wou dat ze me tijger noemden.