Voorbeelden van het gebruik van Noemden in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
We noemden de tempel, Thora, en de Geest.
Ze noemden je toch energiek?
Goede. Ze noemden hem Big Earl.
De Spanjaarden noemden dit El baño del rey.
We noemden onszelf primitivisten en fantaseerden over een leven dicht bij de natuur.
Wij noemden hem'de ingenieur'.
We noemden 'm de Durfal.
Ze noemden onze groep‘de gezondheidswerkers die konden afstuderen.
Ze noemden ons rotte appels.
Noemden ze mijn naam?
We noemden onze LEM Snoopy.
Ze noemden George Catlin Mystery Spirit Painter'.
Noemden me een hippie. Een vrouw.
Hoe noemden ze hem?
De soldaten noemden hem Lazar. Lazar.
De Spanjaarden noemden hem ook wel El Pirata.
Ze noemden het een ongeluk.
We noemden hem'Bubala''.
Zijn ouders noemden hem Eoin. Oké.
Wellicht noemden ze het?