NOEMDEN - vertaling in Engels

called
bellen
noemen
oproep
gesprek
beslissing
beroep
roep
telefoontje
vragen
verzoek
named
naam
noemen
benaming
heten
mentioned
noemen
vermelden
vermelding
sprake
vertellen
wijzen
gewag
gedenk
opmerken
hebben
referred
verwijzen
noemen
refereren
zie
doorverwijzen
betrekking
voorleggen
aanhangig
raadpleeg
wordt verwezen
said
zeggen
beweren
vertellen
stellen
nicknamed
bijnaam
naam
roepnaam
schermnaam
koosnaam
schuilnaam
genoemd
call
bellen
noemen
oproep
gesprek
beslissing
beroep
roep
telefoontje
vragen
verzoek
calling
bellen
noemen
oproep
gesprek
beslissing
beroep
roep
telefoontje
vragen
verzoek
name
naam
noemen
benaming
heten
mention
noemen
vermelden
vermelding
sprake
vertellen
wijzen
gewag
gedenk
opmerken
hebben
refer
verwijzen
noemen
refereren
zie
doorverwijzen
betrekking
voorleggen
aanhangig
raadpleeg
wordt verwezen
say
zeggen
beweren
vertellen
stellen
nickname
bijnaam
naam
roepnaam
schermnaam
koosnaam
schuilnaam
genoemd

Voorbeelden van het gebruik van Noemden in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
We noemden de tempel, Thora, en de Geest.
We mentioned Temple, Torah, and Spirit.
Ze noemden je toch energiek?
He… They said you were spirited, right?
Goede. Ze noemden hem Big Earl.
Good. They named him Big Earl.
De Spanjaarden noemden dit El baño del rey.
The Spaniards called this El Baño Del Rey.
We noemden onszelf primitivisten en fantaseerden over een leven dicht bij de natuur.
Calling ourselves primitivists we fantasized about living close to nature.
Wij noemden hem'de ingenieur'.
We call him"the Engineer.
We noemden 'm de Durfal.
We nicknamed it"Dreadnought.
Ze noemden onze groep‘de gezondheidswerkers die konden afstuderen.
They referred to our group as“the health workers who were able to graduate.”.
Ze noemden ons rotte appels.
They said we were just bad apples.
Noemden ze mijn naam?
They mentioned my name?
We noemden onze LEM Snoopy.
We named our LEM Snoopy.
Ze noemden George Catlin Mystery Spirit Painter'.
They called George Catlin Mystery Spirit Painter.
Noemden me een hippie. Een vrouw.
Calling me a hippie, a woman.
Hoe noemden ze hem?
What name did they use?
De soldaten noemden hem Lazar. Lazar.
The soldlers call him Lazar. Lazar.
De Spanjaarden noemden hem ook wel El Pirata.
The Spanish also nicknamed him El Pirata.
Ze noemden het een ongeluk.
They said it was an accident.
We noemden hem'Bubala''.
We referred to him as'bubalai.
Zijn ouders noemden hem Eoin. Oké.
His parents named him Eoin. OK.
Wellicht noemden ze het?
Perhaps they mentioned it?
Uitslagen: 6012, Tijd: 0.0482

Top woordenboek queries

Nederlands - Engels