Voorbeelden van het gebruik van Uitkijken in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Je kunt ook uitkijken naar de winter.
Dus blijf uitkijken.
Porto ligt op de heuvels die uitkijken over de rivier de Douro.
Maar met zo'n meisje moet je wel uitkijken, Charlie.
Je moet wel uitkijken wat je hier eet.
Ik moet uitkijken naar wezens van de andere dimensie.
Je moet uitkijken voor ze.
naar andere partners uitkijken.
Het beschikt over eigentijdse kamers, waarvan sommige uitkijken op het kasteel.
Tattoo zal uitkijken naar de kidnappers.
Uitkijken, ouwe.
Je kunt beter uitkijken met wat je zegt!
Slechte onderrug, dus ik moet daarvoor uitkijken.
Ik weet waarnaar we zouden moeten uitkijken.
Laat Patrouille uitkijken naar voertuigen met nagemaakte nummerplaten.
Laat naar hem uitkijken.
Je moet gewoon uitkijken.
Je moet nu uitkijken.
Waar moeten we voor uitkijken bij wijnkelders?
Nou, ik zal moeten uitkijken voor je, kwispelaar.