Voorbeelden van het gebruik van Weer zien in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Je zal hem nooit weer zien.
Ik wil dat ding graag weer zien.
Ik wil hem ook niet weer zien.
Mogen we elkaar weer zien.
Heb je ons nou weer zien kussen?
Wie je ook verloren bent, je zult ze snel weer zien.
Ikke kan ikke weer zien.
Ze wil me vanavond weer zien.
Meester Wong, wie weet wanneer we elkaar weer zien?
Ik wil je graag weer zien.
Ik wilde de plek weer zien.
Ik kan weer zien.
Wanneer kan ik je weer zien?
Ik wil je hier nooit weer zien.
Ik weet zeker dat we elkaar weer zien.
Wanneer kan ik je weer zien?
Straks kan haar zoon weer zien.
Wanneer kan ik weer zien?
Ik wil je donderdag weer zien.
Ik wil dat weer zien.