Voorbeelden van het gebruik van Afbranden in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De flat afbranden.
Ik heb het Witte Huis zien afbranden.
Afbranden dat kutsysteem.
Laat het huis niet afbranden terwijl ik in het Capitool ben.
Ze zullen deze plek afbranden.
Waarom liet God het dan afbranden?
Toen John klein was, liet hij ons huis niet afbranden.
Sinds wanneer doen beesten kantoorgebouwen of advocatenkantoren afbranden?
Ja, als we het huis niet afbranden.
Ze zullen John allemaal afbranden.
Het hele huis had wel kunnen afbranden.”.
voor ze de hele stad afbranden.
lieten zij deze afbranden.
Dat bewijst dat hij daar was en niet een winkel aan het afbranden in Geylang.
Ik liet niet Lucia's landhuis afbranden!
Het huis afbranden tot de grond.
Afbranden van calorieën is de meest effectieve manier om gewicht te verliezen.
Ik zag bijna de helft van de gebouwen in mijn buurt afbranden.
Laat het niet afbranden!
Ze gaan de stad afbranden.