BEN JE ER - vertaling in Spaans

estás ahí
er zijn
daar zijn
erbij zijn
hier zijn
daar staan
daar zitten
aanwezig zijn
daarbinnen zijn
estás aquí
hier zijn
erbij zijn
hier staan
hier komen
om daar te zijn
hier te zitten
er zijn
hier wel
er hier
estás allí
er zijn
daar zijn
erbij zijn
aanwezig zijn
daar staan
hier zijn
worden er
has
hebben
er
zijn
al
nog
daar
estás ahi
daar zijn
er
er zijn
hier
estás listo
klaar zijn
bereid zijn
gereed zijn
er klaar
klaar staan
voorbereid zijn
worden klaar
klaarstaan
estás alli
er
fue allí
está ahí
er zijn
daar zijn
erbij zijn
hier zijn
daar staan
daar zitten
aanwezig zijn
daarbinnen zijn
estarás allí
er zijn
daar zijn
erbij zijn
aanwezig zijn
daar staan
hier zijn
worden er
estarás aquí
hier zijn
erbij zijn
hier staan
hier komen
om daar te zijn
hier te zitten
er zijn
hier wel
er hier
estarás ahí
er zijn
daar zijn
erbij zijn
hier zijn
daar staan
daar zitten
aanwezig zijn
daarbinnen zijn
están ahí
er zijn
daar zijn
erbij zijn
hier zijn
daar staan
daar zitten
aanwezig zijn
daarbinnen zijn

Voorbeelden van het gebruik van Ben je er in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Ben je er?
¿Estás ahi?
Agent WaIker, ben je er nog?
Agente Walker,¿estás ahí todavía?
Ben je er weer mee begonnen?
¿Has vuelto a tomar láudano?
Ben je er ooit met Stephen Bannerman geweest?.
¿Alguna vez fue allí con Stephen Bannerman?
Ben je er klaar voor?
Si estás listo.¿Estás listo?.
Meneer, ben je er nog?
Señor,¿está ahí?
Ben je er nog, schat?
¿Aún estás allí afuera, cariño?
Ben je er, vraagteken.
Estás ahí, interrogación.
Hoe lang ben je er al mee bezig?
¿Cuánto tiempo has estado en él?
Maar nu ben je er.
Pero ahora estás aquí.
Ben je er echt niet?
¿Realmente estás ahi? Bien,?
Mr Banning, ben je er nog?
Señor Banning,¿está ahí?
Maar morgen ben je er niet en daar gaat 't om.
Pero no estarás allí mañana, y esto se trata de mañana.
Ben je er nog, Juliet?
¿Aún estás ahí, Juliet?
Heather hoe ben je er bij gekomen om op deze school te komen?
Heather¿cómo has llegado hasta esta escuela?
En toch ben je er.
Sin embargo estás aquí.
Maar met een indexpagina aan het begin, ben je er.
Pero con una página de índice al comienzo, estás allí.
Ben je er na werktijd nog?
¿Estarás aquí luego del trabajo?
Hallo? mevrouw, ben je er nog?
¿Hola Señora,¿está ahí?
Dan ben je er.
Entonces estarás allí.
Uitslagen: 574, Tijd: 0.0921

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans