Voorbeelden van het gebruik van Dat gaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dat gaan we vanmorgen doen.
Dat gaan we vanavond onderzoeken.
Dat gaan we onderzoeken en we luisteren naar alle verhalen.
Dat gaan we uitzoeken.
Dat gaan we verhelpen, nietwaar Marnie?
Dat gaan we proberen.
Moet je dat gaan doen?
Dat gaan we doen.
Dat gaan we dus uitzoeken.
Dat gaan we wel doen!
Dat gaan de moeilijkste worden.
Dat gaan we nu uitvinden.
Dat gaan we uitzoeken.
Dat gaan de woorden zijn.
Dat gaan we doen.
Douchen met een uitzicht, dat gaan wij enorm missen als we weer terug zijn.
Dat gaan we proberen.
Dat gaan we doen.
Dat gaan we zeggen.
Dat gaan vette kippen worden.