Voorbeelden van het gebruik van Etter in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik wil een kleine etter met jouw mooie ogen…
Beweeg, etter, beweeg!
Hoe vaak heb ik je nou al opgepakt, etter?
Kom terug, kleine etter.
Stomme Robbie. Wat een etter.
Ik zou de kleine etter eerst doden.
dat maakte geen indruk op die etter.
Die etter heeft twee agenten gedood.
Jij, jij bent het losse draadje, etter.
Ik wil je een lesje leren… etter.
Droom maar fijn, kleine etter.
We stappen op hem af en vragen de etter of hij" A" is.
Waarom donder je niet op, kleine etter?
Kon ik maar terug naar dat moment. Ik haat die kleine etter.
Niet op me niezen, etter.
Die etter wilde me besodemieteren!
Was dat' etter'?
Wat 'n etter.
Je staat tegen de verkeerde te blaten, etter.
Wat gaan we doen aan die etter?