Voorbeelden van het gebruik van Heeft gelijk in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Kenny heeft gelijk.
De heer De Castro heeft gelijk.
Ungern heeft gelijk als hij zegt dat de Zhids de wereld willen verdelen.
Jimmy heeft gelijk, ik heb een groot doel op mijn rug.
Jackie heeft gelijk.
Kevin heeft gelijk.
De kleine heks heeft gelijk!
De man heeft gelijk, zijn varken werd gestolen.
Ze heeft gelijk, Frank.
Hij heeft gelijk over de pods, ze zijn allen vol.
Peter heeft gelijk.
Maques heeft gelijk.
Iedereen heeft gelijk.
De rechercheur heeft gelijk dat de sterfgevallen van de Kelleys verdacht zijn.
Ze heeft gelijk, we zijn nu met zijn drieën.
Israël heeft gelijk.
Grace heeft gelijk.
Maar ze heeft gelijk, mensen zijn niet te vertrouwen.
Joey heeft gelijk.
Iedereen heeft gelijk.