Voorbeelden van het gebruik van Huwen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Graaf Paris is een verwant van Escalus die met Julia wil huwen.
Jij zal… nooit huwen!
Misschien kan de monseigneur ons huwen.
Nou, je wilde met een spion huwen.
Ze zou met de oude man moeten huwen. Ze was 14.
Daphne wil een roker huwen.
zal ze u huwen.
Hij zou zich nooit vestigen… en dat ik maar met Danny moet huwen.
zij willen niet huwen.
Over vijf jaar kunnen ze huwen.
Een man daar wil Jenny huwen.
Ik zei, ik zou de meid van de supermakt huwen.
Denk je niet dat tenminste één van ons Harris had moeten huwen.
Ik zeg niet dat ik niet wil huwen.
Ik, met Collins huwen?
Als dat zo was, dacht je dat ik 'm dan had kunnen huwen?
Hij zal haar in de lente huwen.
Mama, we hebben al iemand die ons gaat huwen.
Ik moet nog niet huwen.
Je weet dat ik nooit wilde huwen.