Voorbeelden van het gebruik van Is morgen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Inderdaad, 12 en 13 juli is morgen, respectievelijk overmorgen.
Dat is morgen, om middernacht.
En de begrafenis is morgen.
Ook het gunstigste tijdstip is uitgekozen: dat is morgen.'.
En dat is morgen.
De eerste gelegenheid om de Argentijnse spelers toe te juichen is morgen.
De partijleiderronde is morgen.
De begrafenis is morgen.
De opvoering is morgen.
De begrafenis van kolonel Carrillo is morgen.
Maar dat is morgen.
De plechtigheid is morgen.
De wedstrijd tussen mijn pa en jouw meester is morgen.
Ik weet dat het je verjaardag is morgen, maar we hadden een plan.
M'n dochter is morgen jarig.
Er is morgen een waterski-wedstrijd, George bestuurt m'n boot.
De eerste inspectie is morgen. We hebben hulp nodig.
Voor Arnie is morgen gisteren.
Die is morgen weg en wij ook.
Als we je niet uitleveren is morgen iedereen in die sector dood.