Voorbeelden van het gebruik van Kleinkind in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik was mijn vrouw d'r man en kleinkind tegelijk.
Dat is Zoe's dochter, Heather's kleinkind.
Maar, Florence, zag je je kleinkind?
Dat noem jij een kleinkind?
En dit is Mr. Dupree's kleinkind.
Ik veronderstel dat jullie geen kleinkind willen.
Dus geef me mijn kleinkind.
Waar is mijn kleinkind?
Maar een kleinkind zou.
Maar het nieuws dat ik hem misschien geen kleinkind kan geven?
En nu ben ik bang dat we jullie geen kleinkind kunnen geven.
Ik geloof dat dat Mr Sams kleinkind was.
Grootvader van een tijdreizer kleinkind.
Dat is Bernie's kleinkind.
Sinds de dood van haar dochter en kleinkind, leek ze dat altijd.
Meer gelijksoortige voorraadbeelden van'Het lezen aan kleinkind'.
Laat me weten als jullie voor mij een kleinkind hebben gemaakt, oké?
Met eenkindspolitiek is er maar één kleinkind op vier grootouders.
Ja, dat ik geen kleinkind zal krijgen.
Je baart een kleinkind.