Voorbeelden van het gebruik van Noem je dat in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Noem je dat een brul?
Noem je dat een kus?
Noem je dat liefde?
Noem je dat een schrijver?
Noem je dat opentrekken?
Noem je dat opgevouwen?
Noem je dat een debat?
Noem je dat helpen?
Noem je dat oorlog?
Noem je dat genade?
Noem je dat een diagnose?
Noem je dat een taser?
Hoe noem je dat dan?
Noem je dat snel?
Noem je dat leven?
Noem je dat een wens doen?
En, Vette Chris, noem je dat een pruillip?
Noem je dat een beetje, vader?
Noem je dat versieren?
Noem je dat een optreden?