Voorbeelden van het gebruik van Oprotten in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Handen wassen en oprotten.
En nu oprotten.
Laat ze oprotten.
En nu oprotten hier.
Hé, puber, oprotten.
dus oprotten!'.
Ik zeg tegen jullie het zelfde als tegen Mumford Sons. Oprotten.
Jij mag ook oprotten.
Dus oprotten.
Slippers aan en oprotten.
En nu oprotten.
dus oprotten, MJ.
Dit is mijn huis, oprotten dus!
Aankleden en oprotten.
dus oprotten.
En nu oprotten.
Nu, oprotten.
Nee, je oprotten, Richie.
Geen woord meer, gewoon oprotten.
Jij smerige deserteur, oprotten.