Voorbeelden van het gebruik van Vorig weekend in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik deed 120 vorig weekend.
Dit weekend, vorig weekend.
Heb je jezelf gezien op 't nieuws, vorig weekend?
Was jij vorig weekend thuis, Amber?
Met Josh? Vorig weekend?
We hebben het daarover met onze Franse collega's gehad vooraleer het nieuws vorig weekend publiek werd.
Een race zoals vorig weekend, waarin ze met ons konden spelen in de race,
Vorig weekend lag ik nog in het ziekenhuis,
Vorig weekend, Mijn vrouw en ik woonden een huwelijk workshop in onze kerk.
Vorig weekend riep NASA op tot een persconferentie om een belangrijke ontdekking over de planeet Mars aan te kondigen.
Het was moeilijk voor mij, voor ons. Vorig weekend was ik in Austin en dacht.
ik werkte er 36 uur aan, vorig weekend.
Uit e-mailberichten wist ik dat er vorig weekend iets gaande was in Washington D. C.
Ik besloot vorig weekend naar Rome en Napels te reizen bij wijze van een soort veldonderzoek
Ze verloofden zich vorig weekend in Los Angeles, waar ze de 73ste ceremonie van de Golden Globes bijwoonden.
Maar vorig weekend waren Monsieur Cyphre
Soms krijgt ie een paar kaartjes. Vorig weekend gaf ie ze aan z'n dochter.
Ze hebben natuurlijk een overwinning gepakt vorig weekend, maar ze zijn nog ver verwijderd van de titel.
Ja, je zei dat je het vorig weekend wilde doen,
Ze verloofden zich vorig weekend in Los Angeles, waar ze de 73ste ceremonie van de Golden Globes bijwoonden.