Voorbeelden van het gebruik van Vroom in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ze zei: “Ik heb een buurvrouw die heel vroom is.
God zij zijn ziel genadig, zei mijn tante vroom.
die zijn heel vroom.
Ze was zeer vroom.
Vroom.- Je voelde dat ze haar geloof niet serieus nam?
Hij is zo vroom als een varken.
Ze lijkt niet erg vroom, ons wonder meisje.
De eigenaars zijn rijk en heel vroom;
Glimlachen gehoorzaam en vroom.
Doe niet zo vroom.
San Severino heeft Novara eerlijk en vroom gediend.
Maar hij is heel vroom.
Niet erg vroom.
Daar zijn de priesters zeer vroom.
Als ik me niet vergis zijn de bewoners erg vroom.
kun je me vroom noemen.
De auto… Vroom.
Voel je je helemaal vroom en puur?
Goed, vroom.