Voorbeelden van het gebruik van Zag je dat in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Zag je dat?
Rommie, zag je dat?
Zag je dat ook? Ze praat tegen zichzelf?
Zag je dat?
Zag je dat in haar ogen?
Lois, zag je dat?
Zag je dat hij zijn status veranderde in" Vrijgezel"?
Goh, zag je dat?
Zag je dat, Nox?
Hoe zag je dat?
Ze bewoog, zag je dat?
Hoe zag je dat?
Wacht, waar zag je dat?
Lekker ding. Zag je dat?
Zag je dat?
Mijn God! Zag je dat?
Makkers, zag je dat ding?
Zag je dat, trainer?
Walter, zag je dat?
Godsamme, zag je dat?