Voorbeelden van het gebruik van Zijn schoon in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ook jullie zijn schoon, maar niet allemaal.
Kamers zijn schoon en comfortabel.
De appartementen zijn schoon en ruim.
Ook jullie zijn schoon, maar niet allemaal.
Afvoerleidingen zijn schoon.
Welke zijn schoon?
De accommodaties zijn schoon en goed georganiseerd.
De appartementen zijn schoon en gastvrij.
Zorg ervoor dat de zonne-lader zijn schoon en vrij van stof en vuil.
De kamers zijn schoon.
Nee, die zijn schoon.
Mijn team en ik zijn schoon.
De andere kamers zijn schoon.
Militaire gegevens zijn schoon.
Zurich is al lang bekend voor zijn schoon en efficiënt.
De kamers zijn schoon en comfortabel.
De gebouwen zijn schoon en perfect uitgerust.
De kamers zijn schoon en ruim en de bedden zijn goed.
De kamers zijn schoon en elke kamer heeft een mooi en praktijk meubilair.
De kamers zijn schoon, het uitzicht op het Gardameer is mooi.