CRUZAR - vertaling in Nederlands

oversteken
cruzar
atravesar
el cruce
pasar
over te steken
para cruzar
para atravesar
kruis
cruz
cruzar
entrepierna
crucifijo
transversal
cross
ingle
overschrijden
exceder
superar
cruzar
sobrepasar
superior
traspasar
superación
franquear
rebasan
trascienden
steek
cruzar
inserte
puntada
sentido
abandonó
pon
picadura
enciende
levanten
puñalada
te kruisen
para cruzar
mediante el cruce
entrecruzarse
a cruzarse
atravesar
por el mestizaje
overschrijding
rebasamiento
exceso
superación
cruce
exceder
cruzar
superar
paso
sobrepasar
incumplimiento
passeren
pasar
atravesar
aprobar
cruzar
paso
superar
pases
transitan
doorkruisen
atravesar
recorrer
cruzar
interfieren
surcan
entrecruzan
oversteek
cruce
travesía
cruzar
paso
viaje
vado
travesia
overkant
overtocht
cross
steek de over
over elkaar

Voorbeelden van het gebruik van Cruzar in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Esta es exactamente la línea que no puedes cruzar.
Dit is precies de grens die je niet kunt overgaan.
los brazos relajados en lugar de cruzarlos.
armen ontspannen in plaats van ze over elkaar te slaan.
Se accede a la playa desde la urbanización(cruzar la calle).
U bereikt het strand van de urbanisatie(aan de overkant van de straat).
Lo ayudará a cruzar.
Het helpt met overgaan.
Entonces¿por qué me enviaste a cruzar el rio?
En u zendt me naar de overkant van de stroom?
¿Pero no quería cruzar?
Maar hij wilde niet overgaan?
tienes que cruzar.
Dat weet je. Je moet overgaan.
Le dijiste a Carl que no podía cruzar.
Jullie hebben Carl gezegd dat hij niet kon overgaan.
¡Podemos cruzar!
We kunnen overgaan.
Acaban de cruzar el punto de inflexión.
Ze zijn net het modulatiepunt overgestoken.
Sé que fue de los diez primeros en cruzar el Puente Remagen.
Ik weet dat u een van de eerste tien was die de brug van Remagen overstaken.
Cruzar una línea imaginaria con algunas plantas.
Een ingebeelde lijn overgestoken met planten.
El coche ha tenido que cruzar por Juárez.
De auto zou zijn overgestoken in Juarez.
La pregunta es,¿por qué quiso cruzar la vía?
Maar waarom is die SUV het spoor overgestoken?
Creo que la joven Olivia ha podido cruzar.
Ik denk dat de kleine Olivia mogelijk overgestoken is.
¿Has visto a dos hombres a caballo cruzar hoy el río?
Zijn hier twee mannen te paard de rivier overgestoken?
Luego cruzar el mismo río de nuevo algunos días después.
En een paar dagen later dezelfde rivier weer overstak.
un submarino había intentado cruzar el Atlántico.
een duikboot de oceaan overstak.
en la paralela 33, acaba de cruzar Bellmont.
heeft net Bellmont overgestoken. Hier.
Porque cambió de nombre al cruzar la frontera.
Omdat hij zijn naam veranderde toen hij de grens overstak.
Uitslagen: 4073, Tijd: 0.4013

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands