DEBÍ - vertaling in Nederlands

moeten
necesario
necesitar
deben
tienen que
mogen
no
permitir
pueden
deben
están autorizados
ik zou
yo vamos
yo seremos
yo haremos
yo voluntad
yo tendremos
vast
fijo
seguro
probablemente
apuesto
seguramente
firme
firmemente
determinar
permanente
debe
moet
necesario
necesitar
deben
tienen que
moest
necesario
necesitar
deben
tienen que
ik zal
yo vamos
yo seremos
yo haremos
yo voluntad
yo tendremos
moesten
necesario
necesitar
deben
tienen que

Voorbeelden van het gebruik van Debí in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Nunca debí haber confiado esta misión en las manos de un muchacho.
Ik had deze opdracht nooit mogen toevertrouwen aan een jongen.
Debí pedir la cuenta dos veces.
Moesten 2 keer naar de rekening vragen.
Sí, debí de hacerlo o de lo contrario, no te habrías marchado tan rápido.
Dat moet wel anders zou je niet zo snel zijn weggegaan.
Debí apagarlo después de que me llamaras.
Ik zal hem wel hebben uitgezet nadat je me belde.
Porque no quisiste ser mi camarería, debí invitar a Neumeier de ingeniería.
Omdat je niet met me mee wilde, moest ik Neumeier van engineering vragen.
Mierda, debí haberlo dejado en la cafetería.
Shit, ik heb 'm vast in de koffieshop laten liggen.
Pequeñas cosas que debí haber dicho y hecho.
Kleine dingen die ik zou hebben gezegd en gedaan.
Debí haberla visto cientos de veces en su caja de herramientas.
Ik moet het honderden keren gezien hebben in zijn viskist.
¡Debí mandarte al diablo antes de que me llamaras sirviente!
Ik zal je vervloeken voordat je me knecht noemt!
Lo siento. Debí haberte avisado. Debí haberles dicho que te dejarán pasar.
Sorry, ik had moeten zeggen dat ze je direct moesten doorlaten.
Debí estar dormida cuando Phil entró.
Ik sliep vast toen Phil er was.
Sabes, nunca debí permitir que saliera de mi vista.
Weet je, ik zou het nooit uit mijn zicht laten.
Y, obviamente, fue el día que debí ponerme un casco.
En natuurlijk is het vandaag net de dag dat ik 'n helm op moet.
Fue hace tiempo. Debí haberlo olvidado.
Het is een tijd terug, ik zal het wel vergeten zijn.
Debí estar en el incinerador cuando saliste. Aquí tienes.
Zat ik vast in de verbrandingskamer toen je wegging.
Debí llamar a Stef y Lena, pero.
Ik zou Stef en Lena gebeld hebben, maar.
Como yo estaba consumiendo mucho menos, debí sentir perezoso o aburrido.
Zoals ik minder te eten was, moet ik hebben gevoeld lui of vervelen.
La debí de olvidar en mi limusina.
Vast in m'n limo laten liggen.
Debí haber usado aquel espray
Ik zou die spray hebben gebruikt,
En alguna parte de mi niñez… Debí hacer algo, algo bueno.
Ergens in m'n jeugd of kindertijd deed ik vast iets iets goeds.
Uitslagen: 3503, Tijd: 0.0708

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands