EN VIVIR - vertaling in Nederlands

in het leven
en la vida
te wonen
para vivir
para asistir
para habitar
para morar
para residir
para que viva
de residencia
in het beleven
en vivir
en la experiencia
op live
en directo
en vivo
en live

Voorbeelden van het gebruik van En vivir in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Aunque él no esté interesado en vivir en el pueblo… sigue siendo el heredero.
Zelfs als hij niet in het dorp wil wonen, hij blijft de erfgenaam.
Estás pensando en vivir aquí ahora,¿verdad?
Je denkt eraan dat je hier woont.
Estás pensando en vivir aquí ahora,¿verdad?
Je wilt hier gaan wonen, hè?
Estás pensando en vivir aquí ahora,¿verdad?
Je wilt hier komen wonen, niet?
Centrados en vivir a su manera.
Kleinschalige boeren gericht op onze eigen manier van leven.
La vida a mediados del siglo 21 se centrará en vivir localmente.
Leven in het midden van de 21-eeuw zal draaien om het lokale leven.
Uk bradford paquistaní nena shazia en vivir cámara espectáculo.
Uk bradford pakistaans babe shazia op wonen camera tonen.
En Una mujer es una mujer y, sobre todo, en vivir Ia vida.
In Une Femme est une femme en zeker in vivre Ia vie.
¿Has pensado en vivir un poco más cerca?
Wil je wat dichterbij wonen?
Estoy pensando en vivir en otro lugar.
Ik denk erover om ergens anders te gaan wonen.
No dudaríamos en vivir con Britta.
We zouden niet aarzelen om wonen Britta.
Blanca semental doggyfucks amateur africana ex novia en vivir.
Blank dekhengst doggyfucks amateur afrikaans ex-vriendin in wonen.
Es por esto que ponemos tanto énfasis en vivir en el momento presente.
Daarom leggen we zoveel nadruk op het leven in het huidige moment.
¿Alguna vez pensaste en vivir por tu país?
Heb je ooit nagedacht om voor je land te leven?
Trabajar hoy, se ha convertido en vivir para trabajar.
Het werken om te leven veranderde in leven om te werken.
El trabajar para vivir se está convirtiendo en vivir para trabajar.
Het werken om te leven veranderde in leven om te werken.
Japonés las niñas encantar atractivo jóvenes hermana en vivir roomavi.
Japans meisjes betoveren aantrekkelijk jong zuster in wonen roomavi.
Niños interesados en vivir en el mundo de ficción de la fantasía en el que puedan llegar al espacio
Kinderen geïnteresseerd zijn in het leven in de fictieve wereld van de fantasie waar ze kunnen krijgen in de ruimte
Disfrutar de la Isla Norte de Reunión en vivir en esta hermosa casa en Sainte Clotilde.
Geniet van het Noordereiland van Reunion in het leven in dit prachtige huis op Sainte Clotilde.
Podríamos vivir en cualquier ciudad de este país¿por qué insistes en vivir aquí?
We konden in eender welke stad in dit land wonen. Waarom stond je erop hier te wonen?
Uitslagen: 143, Tijd: 0.0525

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands